- geboortekaartjes
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
Het is dus tijd voor de kraamvisite geworden. Dit kan namelijk gerealiseerd worden, door het kaartje zelf te ontwerpen of door een derde partij te laten ontwerpen. En wat is er nou heerlijker om iedereen van de wereld te laten weten dat u de trotse ouder bent geworden van een prachtige dochter. Natuurlijk zullen u en uw partner ook over geboortekaartjes na moeten gaan denken. In dit geval is het ook weer de keus aan u en aan die van uw partner om te bekijken naar welke collega u een geboortekaartje gaat versturen.. Als u krap bij kas zit en uw geld beter voor een ander doel kunt gebruiken, bent u zeker niet verplicht om die vage kennis van tien jaar terug een geboortekaartje toe te sturen. Dit kan dus weer extra werk met zich meebrengen. Deze is er dan van op de hoogte en kan de laatste details aan het geboortekaartje toe gaan voegen en vervolgens het geboortekaartje te gaan afdrukken. Zoals hierboven al gezegd is het van belang om na de geboorte van uw zoon of dochter de drukker in te lichten. Ook voor mensen die u al op de hoogte gebracht heeft van de geboorte van uw zoon of dochter, kunt u de kaart meegeven wanneer zij op kraamvisite komen. Keuze zat. U en uw partner kunnen natuurlijk ook kiezen voor een zelfontworpen geboortekaartje voor uw, nog ongeboren, dochter. U kunt ook een geboortekaartje sturen naar uw kennissen. U kunt natuurlijk kiezen voor een hippe tekst, maar het meest belangrijk is dat u en uw partner de tekst mooi vinden. Maar er zijn nog steeds mensen die geen e-mailadres hebben (voornamelijk de oudere mensen in de samenleving). Naar hoe meer mensen u een geboortekaartje stuurt, hoe hoger de kosten voor u zullen worden. Natuurlijk is het leuk, als u al weet dat u de trotse ouders wordt van een prachtige zoon, om een geschikt kaartje hiervoor uit te zoeken. Een andere mogelijkheid is om naar een drukker bij u in de buurt te gaan. Hoe uniek kunt u zijn. Op internet kunnen de kleurbeelden namelijk nogal eens afwijken van de werkelijkheid. U heeft hier dan geen postzegel voor nodig. Op het moment van uitzoeken bent u hoogstwaarschijnlijk helemaal verliefd geworden op een bepaalde tekst die u tegen bent gekomen.
- riool
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
In alle vier steden besloot het stadsbestuur pas tot de invoering van geïntegreerde spoelriolen na 1889, nadat de effecten van de introductie van de centrale drinkwaterstelsels - en in het kielzog hiervan het spoelcloset - en van de industriële watervervuiling voelbaar werden. Zowel de vergaande onenigheid onder de betrokken medici, technici en andere opiniemakers als de omvangrijke kosten van de aanleg van geïntegreerde riool stelsels waren hieraan debet. Amsterdam was van de vier steden het laatst met deze beslissing in 1907. Het aanwezige concurrerende liernurstelsel was een krachtig argument tegen eerdere invoering. Zowel in Amsterdam als in Utrecht waren de grachten vervolgens nog tot in de jaren dertig een integraal onderdeel van dit rioolstelsel op spoelbasis. Sommige grachten raakten pas in de jaren tachtig van de twintigste eeuw verlost van hun functie van open riool. Onder invloed van het groeiende sanitaire bewustzijn en de introductie van de nieuwe stelsels en netwerken werden de straten schoner in die zin dat het ophalen van vuilnis regelmatiger gebeurde, mesthopen werden verwijderd, mest- en vuilnisbakken van deksels werden voorzien en fecaliën minder aan de buitenlucht werden blootgesteld. Daarnaast voorzagen de gemeentebesturen de straten van urinoirs. Opvallend genoeg verminderden ze juist het aantal openbare toiletten, ingegeven door het beeld van de straat als voor mannen bestemde ruimte.
Het meest in het oog springende resultaat van de sanitaire maatregelen is het terugdringen van de hoeveelheid oppervlaktewater op en rond de straat, zowel in de vorm van het ondergronds brengen van de over straat lopende goten als het overkluizen en dempen van sloten en grachten. De introductie van het riool hing nauw samen met het ondergronds brengen van de goten, maar was er geen voorwaarde voor. Vrijwel alle goten en alle sloten in de centrale delen van de binnensteden verdwenen, maar niet alle grachten werden gedempt. Om een rioolstelsel aan te leggen, was geen demping van grachten nodig. Omgekeerd was bij demping wel de aanleg van riolen noodzakelijk. Wanneer grachten werden gedempt, zonder dat een centrale waterleiding aanwezig was, zoals in Den Haag en Rotterdam in de jaren vijftig en zestig gebeurde, was de introductie van nieuwe reservoirs voor bluswater en pompen voor drinkwater een vereiste. Omgekeerd zorgden het dempen van het oppervlaktewater en de geleidelijke uitbreiding van de bestaande riolen waarmee huishoudelijk afvalwater en - gedoogd of illegaal - fecaliën werden afgevoerd voor verslechtering van de kwaliteit van het overblijvende oppervlaktewater. Dit was een stimulans voor het formuleren van verdere dempingsplannen. In lang niet alle gevallen hadden de te dempen stadswateren hun functie van vaarroute al verloren. Bij vrijwel alle dempingen moesten de planners zoeken naar vervangende haven- en scheepvaartruimte. Voorstellen tot demping waren hierdoor vrijwel altijd omstreden, hoezeer ze ook aansloten bij gemeentelijke beleidslijnen als het streven naar een sluitende begroting en het verbeteren van de openbare gezondheid.
- ooglidcorrectie
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
In het geval van een ooglidcorrectie kan de spier verstevigd worden, een techniek die spiersuspensie heet. De oogkringspier wordt strakker getrokken en gehecht aan het botvlies van de buitenste ooghoek. Ook de huid en het bindweefsel worden verstrakt. De vorm van het oog verbetert er zichtbaar door en komt dichterbij het Ideaalbeeld, ook omdat de arts er zeker voor zal zorgen dat binnenste ooghoek een fractie lager ligt dan de buitenste ooghoek. De aangespannen oogkringspier en de hechting kunnen nog enige tijd gevoelig zijn. Het resultaat is echt fraai, want het weggehaalde vet komt niet meer terug, de aangespannen oogkringspier en de verstrakte huid ‘houden’ zeker tien tot vijftien jaar, althans in normale omstandigheden. De derde techniek heet de Hamra techniek, ontwikkeld door de Amerikaanse dr. Sam Hamra uit Dallas Texas. Dr. Hamra is sinds 1973 als plastisch chirurg in Dallas Texas werkzaam en heeft grote bijdragen geleverd aan de cosmetische chirurgie. Hij definieerde het begrip holle ogen (hollow eyes) en ontwikkelde daarvoor deze nieuwe techniek waarbij het oogvet wordt verplaatst. Juist in geval van wallen is er vaak een groeve onder het oog die ontstaat door een tekort aan vet. Het vet uit een van de vetcompartimenten wordt verplaatst naar de groeve en daar gefixeerd door een dunne ‘rijgdraad’ en een zeer stevige pleister. Na een week wordt de draad verwijderd en is de groeve mooi opgevuld met eigen vet. Kringen onder de ogen geven een vermoeide en ongezonde uitstraling. Donkere kringen kunnen weliswaar gecamoufleerd worden met een camouflagestift, maar het is nog prettiger om van het euvel verlost te worden. Er zijn eigenlijk twee oorzaken: genetisch bepaalde donkere kringen en een tekort aan vet in de vetcompartimenten. Veel mensen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrikaanse landen hebben donkere kringen. Ook de huid van de bovenoogleden is donker van kleur. Daar is niets aan te doen. Als de oorzaak een tekort aan vet is, is er wel een oplossing. Door het tekort aan vet komen de haarvaatjes aan de oppervlakte te liggen en maken de huid donker van aanzien (zie hoofdstuk over gezichtsverjonging). Donkere, diepliggende kringen kunnen worden opgevuld met verschillende vulmiddelen, variërend van biologisch afbreekbare, niet-afbreekbare tot eigen vet (lipofilling). De arts zal voor dichtbij de oogrand altijd een biologisch afbreekbare filler gebruiken. Maar verder van het oog, vlakbij het bot, kan een niet-afbreekbare filler worden gebruikt. Het opvullen van kringen vereist van de arts veel kennis van zaken en ervaring.
Yvonne de Jong (46) woont in Hilversum en heeft een LAT-relatie. Ze werkt vier dagen per week ais secretaresse en heeft in mei 2004 een ooglidcorrectie laten uitvoeren bij Esthetisch Medisch Centrum Bosch en Duin. “Op een gegeven moment begon het me op te vallen. Ik kon mijn oogschaduw niet goed meer opdoen omdat mijn bewegende oogleden niet meer goed te zien waren. Mijn ogen voelden ‘zwaar’ aan en waren vaak dik bij het wakker worden. Alsof ik heel vast geslapen had. Ik trok mijn wenkbrauwen steeds op om mijn ogen ‘op te trekken9 waardoor ik weer rimpels in mijn voorhoofd kreeg. Mensen begonnen te vragen of ik moe was of hoofdpijn had. Het was duidelijk dat mijn ogen enigszins aan het ‘verzakken waren. Langzamerhand werd het steeds erger. De aanleiding om mijn bovenoogleden te laten corrigeren was eigenlijk mijn vriend. Die heeft op een gegeven moment zijn oogleden bij EMC laten doen en dat zag er daarna echt heel goed uit. Toch was ik er zelf eigenlijk een beetje bang voor.
- stropdas
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
De eerste generatie zakenvrouwen kreeg haar eigen ‘dress for succes’-look van John T. Andere grote dassenfabricerende landen zijn op dit moment Italië (hoewel het hoofdzakelijk domineert op het gebied van het produceren van de zijde waarvan stropdassen gemaakt worden), Frankrijk, China (dat zich klaarmaakt om optimaal te kunnen profiteren van de enorme eigen mogelijkheden voor zijdeproduktie) en Engeland. In New York produceert Burma Bibas 180.000 stropdassen per dag. Burma Bibas stemt er mee in Pierre Cardin een bepaald percentage te betalen (in de Verenigde Staten wordt gewoonlijk een percentage van 8 tot 10 procent gehanteerd) van de groothandelsprijs van elke verkochte stropdas met zijn naam erop. Maar welk systeem er ook gehanteerd wordt, de designer-dassen zijn de grootste en succesvolste vernieuwing op de dassenmarkt van de laatste 20 jaar. Deze worden gewoon machinaal gestikt en zijn verkrijgbaar in zaken als Harrods, Debenhams en John Lewis voor bedragen tot zon 65 euro. Mannen zochten naar vrolijker kleuren, stoutmoediger dessins en hogere kwaliteit voor hun halsbedekking. Prinses Diana was ook een voorbeeld voor de dragers van halsbedekking. Hij is vice president van de verkoopafdeling bij Burba Bibas. Ze begon folders te maken waarin de vrouwen getoond werd hoe zij het beste uit hun fantastisch mooie (en adembenemend dure) zijden sjaals konden halen. Deze zijn goed voor ongeveer 15 procent van alle stropdassen met het Cardin-label, die Burma Bibas produceert. En nadat zij haar nogal conventionele echtgenoot had overgehaald betrokken te raken bij de wereld van de popmuziek (via zijn Prince of Wales Trust voor kansarme kinderen), leende zij zijn smokingjasje en strikdas. De westernlook met de geknoopte bandana is nu een klassieker. The Tie Buyer’s Handbook geeft adviezen voor het kiezen van de juiste combinatie van mode en basismateriaal. Richard Maddocks, de managing director van Woodstock Neckwear, is wat directer. Ontwerpers als Cardin zullen hun stropdassen van Tokyo tot Haïti geproduceerd zien. Vervalsers uit het Verre Oosten en Zuidoost-Azië doen heel goede zaken met namaak designer-dassen. Modevoorbeelden zoals Mick Jaggers eerste vrouw Bianca hadden al laten zien hoe vrouwelijk zij eruit konden zien in een herenkostuum, kraag en das.
- zeilen waddenzee
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
Apart komen wij terug op de grootzeilen zowel van midzwaardboten als van open jachten om te onderzoeken wat er gebeurt als de windkracht toeneemt en ook hoe zij samenwerken met voorzeilen. Op dat punt aangekomen gaan wij ook bekijken hoe de buiging van de mast kan worden gebruikt om de luchtstroming langs het zeil nog beter te regelen. Maar nu wij nog steeds met ruime wind varen is dit misschien een goed moment om kennis te maken met een eenvoudige vinding die op jachten wordt toegepast om een grotere mate van controle uit te oefenen op het achterlijk van het grootzeil. Dat is het reguleerlijntje, belangrijk tijdens het zeilen waddenzee, een dun lijntje dat is vastgemaakt aan de top van het achterlijk en door de dubbelings zoom naar beneden loopt, waarbij het de bocht van de ronding volgt . Vlak bij de schoothoek komt het uit de zoom te voorschijn en vandaar kan het langs de giek naar een klemmetje lopen. Vanaf dat punt kan het worden bijgesteld wanneer de schoothoek zelf buiten bereik is. Meer spanning op dit lijntje beperkt de neiging van het achterlijk om te gaan klapperen. Met ruime wind varend, zal verder aanhalen de ronding van het achterlijk meer recht trekken, waarbij de rand van het achterlijk naar de mast en naar loef wordt getrokken. Dit maakt de bolling langs de achterste rand van het zeil dieper. Is dat gedaan, denk er dan wel om het lijntje op te vieren alvorens aan de wind te gaan varen en de grootschoot stijf door te zetten; ander zou het relatief zwakke reguleerlijntje wel eens kunnen breken.
De technieken toegepast bij het maken van voorzeilen, tonen veel overeenkomst met die voor grootzeilen. In de details zijn er echter verschillen en het is de moeite waard deze onder de loep te nemen. En ook om nader in te gaan op de keuze tussen een voorzeil met liggende banen (liggend gesneden) of een voorzeil met liggende en staande banen (zeil met hoeknaad), waarover wij al eerder spraken. Waarom die twee typen? Wij hebben gezien hoe we de bolling in het zeil kunnen regelen door, schuin op het verloop van de weefseldraden in het voorlijk, de spanning te veranderen. Maar niet alleen langs het voorlijk worden de geweven vierkantjes onder belasting vervormd tot lange ruitjes; dat gebeurt in het gehele zeil en in het bijzonder bij de hoeken. Laten wij eens bekijken wat er gebeurt bij de schoothoek van het grootzeil waarin de inslagdraden evenwijdig aan het achterlijk lopen. De winddruk in het middengedeelte van het zeil oefent een grote kracht uit (rood), schuin op de schoothoek. Deze trekkracht staat schuin op de richting van de weefseldraden. Daardoor wordt het weefsel vervormd tot ruitjes, in tegenovergestelde richting als die bij het voorlijk; zo worden achterlijk en onderlijk dichter naar elkaar toe getrokken (blauwe pijlen). Langs het achterlijk wordt dit naar binnen trekken beperkt, dank zij de extra stabiliteit die is verkregen doordat de inslagdraden van het weefsel er evenwijdig aan lopen.
- parkeer afzetting
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
De onderlinge afstand tussen de auto’s is minimaal. Portieren hoeven niet geopend te kunnen worden en de verdiepingshoogte is op de maat van de auto’s afgestemd. De techniek van het parkeren geldt als uitgangspunt, vormgeving speelt eigenlijk alleen in de entrees. Het derde principe, halfautomatische parkeergarages, houdt het midden tussen traditionele en volautomatische garages. De bestuurder rijdt de auto de garage in. Een mechanisch systeem, bijvoorbeeld een autolift of hefplatform, plaatst de auto op de parkeerplaats. Een andere mogelijkheid is dat de bestuurder gebruik maakt van een lift om van verdieping te wisselen en vervolgens zelfde auto parkeert. Bij traditionele parkeergarages is de actieve rol van de bestuurder in het gebruik van de garage het grootst. Hiervoor is veel verkeersruimte nodig en moet een parkeer afzetting worden gemaakt. Automatische parkeersystemen worden door hun specifieke gebruikskenmerken vooral voor stallingsgarages (met vaste gebruikers) ingezet en (tot nu toe) nagenoeg niet voor openbare parkeergarages, althans nog niet in Nederland. Behalve een vernauwing tot de openbare parkeergarages zullen wij ons voor de ontwerpopgave dus ook beperken tot het traditionele parkeerprincipe. Een parkeergarage is in de eerste plaats een utilitair bouwwerk. Het dient ertoe auto’s in grote concentraties te herbergen. Om die functie optimaal te kunnen uitvoeren wordt bij voorkeur zoveel mogelijk ruimte efficiënt benut en dient er zo weinig mogelijk ruimte verloren te gaan. De auto’s en hun bestuurders vragen echter wel een bepaalde maat om veilig gebruik te kunnen maken van de parkeergarage.
De minimale eisen waar een garage in dit opzicht aan moet voldoen zijn sinds 2000 wettelijk vastgelegd inde NEN-norm 2443. Als het gebouw in technisch opzicht voldoet aan de gestelde normen, wil dat niet automatisch zeggen dat de parkeergarage goed functioneert. Uit de praktijk blijkt dat een combinatie van hoge parkeerdruk, verkeersaantrekkende functies in de directe omgeving en een laag parkeertarief geen absolute garantie zijn voor intensief gebruik. De manier waarop de klant de garage waardeert is mede bepalend. De belangrijkste criteria die daarbij gelden zijn dat de bezoeker wenst dat de parkeergarage zo dicht mogelijk bij de bestemming ligt en eenvoudig te vinden is, in de parkeergarage de gebruiker zijn of haar weg makkelijk moet kunnen vinden, het interieur ruim, overzichtelijk, bewaakten goed verlicht is en dat in de parkeergarage een goede service (toezichthouder, betaalgemak, toiletten, e.d.) aanwezig dient te zijn. In en rond parkeergarages spelen dus twee vormen van veiligheid een belangrijke rol. In de eerste plaats de fysieke veiligheid. Gevaarlijke situaties waarin personen en voertuigen letsel en schade op kunnen lopen dienen te allen tijde te worden voorkomen. De tweede vorm van veiligheid is sociale veiligheid. De parkeergarage mag geen aanleiding geven tot situaties die tot diefstal, fysiek geweld en vandalisme kunnen leiden. Het handhaven van sociale veiligheid is vooral een punt in openbaar toegankelijke ruimten. Omgevingskenmerken, de aanwezigheid van andere mensen, gedachten en vooroordelen spelen daarbij een rol, maar ook de functie van een ruimte. Een nadeel aan parkeergarages is dat ze over het algemeen niet als verblijfsruimtes gelden. Het zijn non-places, geen bestemming op zich.
- glijbaan
- Gepost door Lisanne. Comments Off.
Vooral rond de Tweede Wereldoorlog beleefde de Nederlandse speelgoedindustrie een echte periode van bloei. In een vrij kort tijdsbestek zijn er veel nieuwe speelgoedfabrieken ontstaan. Vooral de glijbaan was populair. Hierbij komen automatisch vragen op zoals “Van waar deze plotselinge opleving”, “Wat fabriceerden ze dan precies” en “Wie waren die fabrikanten”? Het is niet de bedoeling om in dit overzicht te kijken naar de afzonderlijke fabrieken, die komen later nog uitvoerig aan bod, maar wel om een beeld te schetsen van de speelgoedbranche in z’n totaliteit. Opkomst en ondergang van de Nederlandse speelgoedindustrie Al lange tijd werd er op kleine schaal in ambachtelijke bedrijven speelgoed geproduceerd. Dit was al het geval rond 1900 en zette zich voort in de eerste twee a drie decennia van de 20s,e eeuw. Groot werd deze tak van industrie echter nooit. Verreweg het meeste speelgoed werd geïmporteerd en daarvan kwam het grootste gedeelte uit Duitsland. In de cursus “Vakkursus speelgoederen” worden twee redenen genoemd waarom de Duitse speelgoedindustrie voor de oorlog zo sterk was namelijk: De in Duitsland bestaande huisindustrie (z.g. Heimindustrie). De export premies, die door de Duitse regering werden gegeven. Ze geven hierbij de volgende toelichting: “Hierdoor was Duitsland in staat om voor de oorlog te leveren tegen prijzen die onder normale omstandigheden door geen enkel ander land konden worden benaderd. Door de zeer lage levensstandaard in Japan kon ook dit land tegen prijzen leveren, waarvoor in Europa niet meer kon worden gewerkt.” Uit cijfers uit 1938 blijkt dat 54.2% van de speelgoed import in dat jaar uit Duitsland kwam, en 18.5% uit Japan.
Deze landen werden gezien als grootexporterende landen, en produceerden het speelgoed in zulke enorme aantallen dat de productiekosten zeer laag waren. Vanaf ongeveer 1932 tot circa 1970 beleefde de Nederlandse Speelgoedindustrie een piek. Nog nooit werd er zoveel speelgoed in Nederland geproduceerd. In een artikel uit 1941 werd melding gemaakt van 20 Nederlandse speelgoedfabrieken waarvan er 15 pas na 1925 waren opgericht (totaal van 1000 - 1500 werknemers). In de jaren ‘60 telde Nederland nog meer dan honderd speelgoedfabrieken met circa 2500 tot 3000 werknemers. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal fabrikanten toen al vele jaren op z’n retour was. De daling heeft zich waarschijnlijk al midden jaren vijftig ingezet. In 1985 waren we weer terug op het peil van de 30-er jaren. Er waren toen nog 18 speelgoedproducenten in Nederland over. Door de jaren heen zijn er een aantal ontwikkelingen geweest, die eigenlijk niets te maken hadden met speelgoed maar de speelgoedindustrie in Nederland zeer hebben beïnvloed. Hieronder vallen, de crisis in de jaren ‘30, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, het open gaan van de grenzen begin 1950, loonontwikkelingen, de toetreding van Engeland tot de toen nog E.E.G., en de aanscherping van de milieuwetgeving. Vaak wordt aangenomen dat de Nederlandse speelgoedindustrie is voortgekomen uit de Tweede Wereldoorlog, maar al vanaf het begin van de dertiger jaren is er een toename in het aantal speelgoedfabrikanten waar te nemen. De crisis is misschien vooreen aantal van hen de aanleiding geweest om een eigen speelgoedbedrijf te beginnen. Dit zijn wel fabrikanten die hebben meegeprofiteerd van de problematiek rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar er niet door zijn ontstaan.